Waarom ben je gelukkig? Over ervaringen en gevoelens

Het was voorbij.

Mijn laatste avond in Dakar, Senegal zat erop. Een handjevol vrienden en vriendinnen had een bescheiden feestje voor me georganiseerd in Le Piment, onze favoriete bar. Nu zat ik in de taxi op weg naar huis en voelde ik voor de laatste keer de frisse zeewind van de Atlantische Oceaan op mijn wang, want het raam van de achterdeur stond open.

Morgen zou ik afscheid nemen van mijn huisgenoten en naar Praag vliegen.

Maar dat was later.

Nu voelde ik me gelukkig. Gelukkig omdat deze mensen dit voor me hadden gedaan. Omdat ik vrienden had gemaakt en daar fijn afscheid van had genomen.

Terug in Nederland

We spoelen een maand door naar de avond waarop ik mijn Nederlandse vrienden en vriendinnen weer voor het eerst sinds lange tijd zie. Het is alsof ik nooit ben weggeweest, zegt iedereen minstens drie keer.

Op de fiets naar huis realiseer ik me dat ik deze avond betere gesprekken had en meer lachte dan tijdens de meeste avonden in Dakar, waaronder die laatste.

Dít was het ware gevoel van kameraadschap.

Ik twijfel.

Was ik in Dakar echt gelukkig of aan het romantiseren?

Ervaring-rekken of taal-krimpen

Deze vraag deed me denken aan iets wat ik lang, lang geleden las. Op zoek naar het desbetreffende boek ging ik op kruistocht door de verhuisdozen en vond wat ik zocht: Stumbling on Happiness van psycholoog Daniel Gilbert (1957).

Godzijdank beschikte het boek over een register, hoefde ik niet te zoeken en bereikte ik snel de juiste pagina.

Op de betreffende bladzijde introduceert Gilbert de “experience-stretching” (rekken van ervaring) en de “language-squishing” (krimpen van taal) hypotheses.

Laat me het uitleggen.

Doe mij maar het Great Barrier Reef

Er zijn voorbeelden te over van dit verschijnsel in jouw leven en mijn leven, dus laten we het over het mijne hebben.

Toen ik door Egypte backpackte bezocht ik ook Dahab. Daar ging ik snorkelen. Andere mensen hadden dat geregeld, ik had het nog nooit gedaan.

Het was zo vet dat ik het uiteindelijk tijdens mijn verblijf aan de Rode Zee nog vier keer ben gaan doen.

Er was dan ook erg veel te zien. Zo veel, dat de locals me verzekerden dat alle volgende snorkeltrips die ik zou maken zouden tegenvallen. Behalve het Great Barrier Reef.

Misschien.

Ik woon alleen niet in Australië maar in Europa. Een snelle zoektocht op Google leert dat je hier ook kunt snorkelen. Sterker nog, volgens de eerste hit (ten tijde van schrijven), de site met de grappige naam snorkelenduiken.nl, kan je “eigenlijk in elk water snorkelen.”

Komt dat even goed uit.

Stel dus dat ik je uitnodig om in het vijvertje van mijn Maldense buren te komen snorkelen (en stel verder dat dit zou passen en dat zij dit goed vinden). En, dit is belangrijk, stel ook dat jij verder nog nooit gesnorkeld hebt of überhaupt ooit onder water bent geweest. Dit wordt je eerste keer in die wereld. Laten we voor het verhaal aannemen dat jij niet eens wíst dat je onder water kon gaan.

Nadat je hebt beloofd niet onder water te urineren werk je jezelf vol verwachting het vijvertje in. Zwemmen lukt niet echt, daar is het te klein voor, dus na enkele seconden kom je weer boven. Niettemin vind je het supervet (stel he), een 10 op 10!

Je eerste onderwaterervaring overtrof alles en je hebt je nog nooit zo blij gevoeld. Je moet je inhouden om niet een van de kleinkinderen van mijn buren spontaan ten huwelijk te vragen.

Je kan je niet inhouden, het mislukt en om toch kans te houden op toekomstige snorkelervaringen in het befaamde vijvertje ga je permanent wildkamperen in het Maldens bos.

Hoe vond ik het? Ik was sowieso al een aantal keer onder water geweest en – o ja – al bij de Rode Zee dus voor mij was er weinig te zien. Maar ik kan me nog goed herinneren dat ik me na mijn snorkelontmaagding precies zo voelde – een 10 op 10.

De vraag is nu: was ons geluksgevoel dat wij allebei een 10 gaven hetzelfde? Waren we daadwerkelijk even gelukkig? Of voelde mijn 10 anders dan jouw 10?

Less = more?

Het probleem zit ‘m erin dat je niet weet of we allebei dezelfde schaal van woorden en schaal van ervaringen gebruiken. Of we hetzelfde gevoel hetzelfde beschrijven.

Hier komen de twee hypotheses van Gilbert om de hoek kijken. Als je weinig gewend bent, ‘rek je dan de ervaring’ (in de vijver is echt een 10) of ‘krimp je dan taal’ (in de vijver is eigenlijk een 5, maar omdat jij het vergelijkt met een 0 beschrijf jij een 5 met dezelfde woorden als waarmee ik een 10 zou beschrijven)?

Volgens de taal-krimpen theorie voelden we eigenlijk allebei hetzelfde tijdens onze eerste keer snorkelen – we praten er alleen in andere bewoordingen over. Jouw 10-gevoel is niet mijn 10-gevoel.

Conform de ervaring-rekken theorie voelden we niet hetzelfde tijdens ons snorkeldebuut en praten we in dezelfde bewoordingen over ons geluksgevoel. Jouw 10-gevoel is wel mijn 10-gevoel, jij voelde gewoon wat anders tijdens de ervaring.

Op grond van de ervaring-rekken theorie had jij het dus beter bekeken dan ik, want door de opbouw in snorkelomgevingen kon jij nog het gevoel van een 10 krijgen door te snorkelen in dit vrij povere waterlichaam. Het was niet voor niets dat de Egyptische locals mij met een zekere helaasheid mededeelden dat alleen het Great Barrier Reef – volgens hen – de Rode Zee kan overtreffen.

De taal-krimpen theorie vindt dat onzin: jij denkt alleen dat je nu een 10 voelde, terwijl je als je ooit gaat snorkelen in de Rode Zee je pas écht een 10 voelt.

Dit is een niet te onderschatten probleempje. In de woorden van Daniel Gilbert (mijn vertaling):

“Het fundamentele probleem van de wetenschap van ervaring is dat als ofwel de ervaring-rekken ofwel de taal-krimpen theorie juist is, iedereen weleens een verschillende verhouding kan hebben van wat we voelen ten opzichte van wat we zeggen – en omdat subjectieve ervaringen alleen via taal gedeeld kunnen worden,1 kan de ware natuur van die gevoelens wellicht nooit perfect gemeten worden. In andere woorden, als de gevoel- en beschrijvingsschalen lichtelijk anders staan afgesteld bij ieder persoon die ze gebruikt, dan is het onmogelijk voor wetenschappers om de beweringen van twee mensen [over hoe ze zich daadwerkelijk voelen als ze zeggen dat ze zich op een bepaalde manier voelen] te vergelijken.”

Gelukkig ben ik een filosoof en geen wetenschapper.

Niet weten wat je mist

Dus kan ik zonder dit probleem op te lossen toch iets zeggen over wat jij nu met deze inzichten kan in je eigen leven.

Ik zal er geen doekjes om winden: de ervarings-rekken theorie lijkt mij veel plausibeler dan de taal-krimpen theorie. Volgens de taal-krimpen theorie, namelijk, houden we onszelf eigenlijk constant voor de gek: “Oh, ik dácht dat ik daar gelukkig van werd maar dit is eigenlijk veel vetter. Nee, ik moet er toen echt naast hebben gezeten met betrekking tot hoe ik me voelde.”

Dat zou betekenen dat van al die dingen waar ik vroeger gelukkig van werd maar nu niet meer, ik eigenlijk nooit gelukkig werd maar dat alleen maar dacht. Het betekent ook dat dezelfde trigger bij iedereen tot hetzelfde gevoel leidt: jij voelde helemaal geen 10 na het snorkelen bij mijn buren, maar dat dacht je alleen. In feite was je je taal aan het krimpen.

Is het niet veel waarschijnlijker dat je je ervaring aan het rekken was? Dat jij precies voelt wat ik voel als je zegt dat je een 10 voelt, maar dat er bij jou – op het gebied van snorkelen – minder nodig was om je dat ultieme geluksgevoel te geven?

We zeggen vaak tegen anderen die ondanks bepaalde omstandigheden gelukkig claimen te zijn dat dat alleen maar zo is omdat ze niet weten wat we missen. Dit zou ik ook tegen jou zeggen nadat je je kampeertentje hebt opgezet in het Maldens bos.

Oké, maar dat is het hele punt. Niet weten wat we missen kan betekenen dat we waarlijk gelukkig kunnen zijn onder omstandigheden waarvan we iets minder gelukkig worden als we het missende ding eenmaal hebben ervaren. Het betekent niet dat zij die niet weten wat ze missen minder gelukkig zijn dan zij die dat wel hebben.

Terug naar Dakar

Maar hoe kan het dan dat ik me in Dakar op die avond wel gelukkig voelde, ondanks dat ik wel wist wat ik miste? (Immers, afscheidsfeestjes en wat biertjes drinken in de kroeg had ik in Nederland ook meegemaakt, maar dan toch wel met betere vrienden.)

Er is denk ik één ding wat niet klopt aan de ervaring-rekken hypothese.

De stelling impliceert dat, nadat je iets eenmaal hebt meegemaakt, dat de nieuwe, vaste standaard is voor jouw geluksgevoel. Nadat je hebt gesnorkeld in de Rode Zee kan je niet meer 10 op 10 gelukkig worden van snorkelen in een minder gaaf waterlichaam. Er is altijd een trigger van betere kwaliteit nodig om dat gevoel weer te bereiken – je weet immers wat je mist.

Ik denk dat je kan vergeten wat je mist, om het zo te zeggen. De standaard voor je geluksgevoel is niet vast, maar tijdelijk. Nadat ik heb gesnorkeld in de Rode Zee moet ik niet over een maand gaan snorkelen bij de Waddeneilanden, maar als ik tien jaar niet onder water kom dan kan het goed zijn dat ik na die lange tijd ben vergeten wat ik mis en van snorkelen in een minder vette omgeving dan de Rode Zee toch een 10 op 10 geluksgevoel krijg.

Vandaar mijn geluksgevoel in de taxi op weg naar huis die laatste avond in Dakar. Misschien was ik een beetje vergeten wat ik miste.

Bijna een half jaar reizen in Islamitische landen op een ander continent waarvan je de taal niet spreekt doet wat met je.

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.

 


Voetnoten

  1. Heel coole sidenote: daar kan misschien in de toekomst verandering in komen. Met de nadruk op misschien.
Spread the love