Het nut van de filosofie

Dit is het tweede deel van een zevendelige serie over filosofie en het werk van een filosoof. Voor een uitleg over het waarom van deze serie, begin met Deel 1.

De komede weken publiceer ik elke dinsdag een artikel in deze reeks. Deze serie is een experiment en ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden. Mail me op maarten@maartenvandoorn.nl of laat een reactie achter. 

In Deel 1 probeerde ik een eerste indruk te geven van wat filosofen doen en beweerde ik dat filosofie geen wetenschap is.

In de komende stukken probeer ik je op drie manieren te overtuigen van het nut van de filosofie. Vandaag poging één: een concreet voorbeeld van een bijdrage van filosofie aan de maatschappij.  

Deel II

 

Het nut van de filosofie

 

Ik kan me voorstellen dat je na het lezen van Deel één nog niet – of nog minder – vindt dat we belastingcenten moeten uitgeven aan het opleiden en betalen van filosofen. ‘“In de filosofie hebben we geen methode, alleen denken”, laat me niet lachen. Lekker leventje is dat.

Ik geef toe dat ik dat vooroordeel zelf in de hand heb gewerkt.

‘Maak het nou allemaal eens concreet. Toen ik in de vorige blog vroeg hoe je dan onmeetbare dingen bestudeert bedoelde ik helemaal niet zoiets als ‘alleen denken’. Met je hoofd. Ik bedoelde: hoe dan – geef eens wat voorbeelden.’

‘Concreet maken’ is best wel een dingetje in de filosofie. Of, dat zou het moeten zijn, in ieder geval. Als je aan een filosoof op een verjaardagsfeestje vraagt om het allemaal nou eens concreet te maken zijn er twee mogelijkheden: hij/zij rent heel hard weg of hij/zij verandert snel van onderwerp.

Zelf doe ik al een tijdje niet meer aan hardlopen, dus kies ik meestal voor de tweede optie.

‘Lul je er maar weer uit ja, met je grapjes. Dat kunnen jullie filosofen wel he?’

Ik beloof plechtig: ‘concreet maken’ is de rode draad die door de rest van de serie loopt.

‘Klinkt alsof je nu al aan mijn kant staat, softie.’

Filosofisch onderzoek I: domein-specifiek

Wat doet de filosofie allemaal? Ik denk dat we filosofisch onderzoek in twee soorten kunnen opsplitsen.

De eerste vorm van filosofische studie onderzoekt gerichte vragen. Ik noem er een paar. Wat rechtvaardigheid is (rechtsfilosofie). Wát er is (metafysica/ontologie)1 en hoe we dat kunnen weten (epistemologie). Wat kennis is (wetenschapsfilosofie), wat we zoal aanmoeten met ons leven en hoe dan (ethiek) en hoe we daar achter kunnen komen (meta-ethiek). Wat de mens mens maakt (wijsgerige antropologie), wat identiteit is (filosofie van het zelf) en wat de verhouding tussen het mentale en het fysieke (philosophy of mind)2 is.

Dat zijn sub-gebieden van de filosofie.

Het nut ervan verschilt per domein, maar wordt met een uitgezoomde blik snel duidelijk. Vanuit een helikopterperspectief is het evident dat nadenken over rechtvaardigheid van pas komt bij bepalen welke persoon in welk geval op welke manier gestraft moet worden. Als je inzoomt en per ongeluk een paper leest over een vermeende implicatie van een aanname van een beslissingsprocedure in John Rawls’ Theory of Justice kan ik me voorstellen dat dit nut je soms ontgaat.3

Ander voorbeeld: onze ethische opvattingen en wat we verstaan onder ‘kennis’ zijn relevant bij beslissingen om astrologisch ‘onderzoek’ niet te subsidiëren en astronomisch onderzoek wel en om Robbert Dijkgraaf wel een podium te geven op de nationale omroep maar Derek Ogilvie niet. Nog een: de vraag naar het wezen van de mens is relevant bij juridische verschillen tussen ‘moord’ en ‘slacht’ en bij hoe we met robots moeten omgaan.4

Je voelt het aan je water, dit kan zo nog wel even doorgaan.

Filosofie heeft de schijn tegen omdat het lastig is om een algemeen nut te benoemen. Zoals we van geneeskunde kunnen zeggen dat het mensen geneest en van sub-gebieden ervan dat het specifieke delen van de mens geneest, kunnen we van filosofie zeggen dat het … wat?

Terwijl specialisaties binnen filosofie op papier een thema en een nut hebben, is het lastig om een overkoepelende functie of onderwerp van filosofie te identificeren.

Aan de ene kant is dat niet per se erg. Veel filosofen werken gewoon aan verschillende kwesties. Aan de andere kant doen we filosofie tekort door de handdoek zo gemakkelijk in de ring te gooien.

Filosofisch onderzoek II: domein-overkoepelend

Dat hoeft ook niet, want filosofie heeft zeker een algemene zaak.

“The aim of philosophy,” zo zei de Amerikaanse filosoof Wilfired Sellars5 (1912 – 1989), “is to understand how things in the broadest possible sense of the term, hang together, in the broadest possible sense of the term.”6

Het doel van de filosofie is begrijpen hoe dingen, heel breed begrepen, samenhangen, heel breed begrepen.

Dat klinkt abstract, maar niet als gezwam, toch?

Concreet gemaakt

Een praktijkvoorbeeld hiervan is de rol die filosofen spelen in het debat dat in Nederland is losgebrand na het verschijnen van Dick Schwaab’s boek Wij zijn ons brein. Dat debat gaat over hoe de volgende dingen samenhangen: biologische ontwikkeling, neurologische processen, psychologische experimenten, vrije wil, bewustzijn, identiteit en juridische verantwoordelijkheid.

In andere woorden, het debat bestaat uit langs elkaar heen pratende artsen, biologen, psychologen, psychiaters, neurologen, neuropsychiaters, advocaten, rechters en omdat het inmiddels een publiek debat is ook allerlei figuren die niet gehinderd worden door enige kennis van zaken.

Terwijl de deelnemers aan het debat vooral voor eigen parochie preken, heeft de filosoof als doel om te begrijpen hoe de genoemde dingen samenhangen.

Om het concreet te maken: filosofen vervullen in zo’n discussie drie taken. Ze brengen inzichten uit deze specialisaties bij elkaar in een begrijpelijk verhaal. Het vrije wil debat is omschreven als een loopgravenoorlog en de filosoof is bruggenbouwer.

De filosoof is ook een soort scheidsrechter in het debat.

Ze analyseren de verhalen van alle partijen en wijzen op redeneerfouten. Zodat niet degene die het hardste roept het meeste aandacht krijgt. Ten slotte leggen ze verzwegen veronderstellingen en implicaties bloot, zodat er niet gesjoemeld wordt.

En dan?

‘Nou goed, ik snap nu wel een klein beetje dat filosofen van pas kunnen komen in de maatschappij. Maar nog steeds vind ik dat we belastinggeld veel beter anders kunnen besteden. Filosofisch onderzoek zal nooit de ozonlaag redden of de voedselproductie verhogen.’

Ook hier heeft filosofie de schijn tegen, want de uiteindelijke waarde van filosofisch onderzoek is niet te bepalen.

Aan de ene kant kan het erg handig zijn om te weten hoe ‘dingen samenhangen’ en scheidsrechters en bruggenbouwers te hebben in publieke debatten. En laten we ook de inzichten uit domein-specifieke filosofie niet vergeten.

Aan de andere kant gaat filosofie over onmeetbare dingen. Daardoor kan het zelden definitief uitsluitsel geven.

Stel dat door filosofisch onderzoek blijkt dat de argumenten vóór het bestaan van vrije wil het sterkst zijn. Wat dan? Omdat we filosofische beweringen niet kunnen checken in de wereld zoals we kunnen checken of ik tien vingers heb, kan iemand altijd weigeren de meest waarschijnlijke theorie te accepteren.

Als iemand ontkent dat ik tien vingers heb, ik laat mijn tien vingers zien, en dan, tja, is iedereen het er wel over eens dat hij ongelijk heeft. Zo’n ultieme ‘uitschakeling’ zie je zeer zelden in filosofie. We kunnen immers niet nagaan in de wereld wie er gelijk heeft zoals ik mijn vingers kan tellen.

Het enige wat filosofen dan kunnen zeggen, is dat de ander een irrationeel standpunt heeft waar toch echt minder voor te zeggen valt.7

En wat als iemand daar ongevoelig voor is en antwoordt met een schouderophalend “Dus?”.

Tja, dan houdt het op.

O. Lekker dan.

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.

 


Voetnoten

  1. Of zoals grapjassen in de kroeg met een quasi-serieuze, gewichtige stem aan je vragen als je bekent dat je filosofie studeert: “Waarom is er iets en niet niets?”
  2. ‘Mind’ is niet echt goed te vertalen naar het Nederlands. ‘Filosofie van de geest’, ofzo, klinkt nogal zweverig.
  3. Deel vijf en zes gaan over wiens schuld dat is en of dat erg is. Spoiler: het is erg en heel vaak de schuld van de filosoof.
  4. Dit laatste gebied, de techniekfilosofie, is trouwens helemaal booming op het moment. Dit stuk in De Volkskrant is een goed voorbeeld van maatschappelijke relevantie van filosofie.
  5. Met de grappige tweede naam ‘Stalker’.
  6. Bron
  7. De Amerikaanse filosoof Robert Nozick (1938 – 2002) verwoordde dit mooi): “A philosophical argument is an attempt to get someone to believe something, whether he wants to believe it or not. A successful philosophical argument, a strong argument, forces someone to a belief. Though philosophy is carried on as a coercive activity, the penalty philosophers wield is, after all, rather weak. If the other person is willing to bear the label of “irrational” or “having the worse arguments,” he can skip away happily maintaining his previous belief… Wouldn’t it be better if philosophical arguments left the person no possible answer at all, reducing him to impotent silence? Even then, he might sit there silently, smiling, Buddhalike. Perhaps philosophers need arguments so powerful they set up reverberations in the brain: if the person refuses to accept the conclusion, he dies.” Uit zijn boek Philosophical Explorations.
Spread the love