Gelukkig zijn is een vaardigheid

Een dooddoener: wij – Westerlingen levend in de 21e eeuw na Christus – ‘hebben het beter’ dan ooit.

Je ziet het al aan de enkele aanhalingstekens, dit vind ik een onduidelijk statement.

Eén van de dingen die we ermee bedoelen is, denk ik, dat de demonen die onze voorouders achtervolgden – hongersnood, ziektes, viezigheid, dakloosheid, zulke zaken – voor de meeste eerste wereldbewoners geen dagelijkse problemen meer zijn.

Maar vooral willen we ermee aangeven dat de gemiddelde materiële levensstandaard nog nooit zo hoog was als nu.

En toch, ‘gelukkiger’ lijken we er niet door geworden.

Zo bevraagt de Australische schrijver David Malouf (1934) in The Happy Life: The Search for Contentment in the Modern World:

“We have nothing to complain of, we are ‘happy enough’; but we are not quite happy. We are still, somehow, unsatisfied, and this dissatisfaction, however vaguely conceived, is deeply felt. But what is it, in a society where so many of the conditions that might once have stood in the way of happiness have been removed or brought under control, that makes us so uneasy, so fearful?”

Geluksonderzoek

Dat we tegenwoordig nauwelijks ‘gelukkiger’ zijn dan vroeger is ook al zo’n dooddoener.

Daarmee bedoelt men vaak dat als psychologen respondenten vragen hun eigen geluk te rapporteren, de gemiddelde score die inwoners van Westerse samenlevingen aan hun eigen geluk toekennen nauwelijks is veranderd sinds onderzoekers begonnen met afnemen van zulke vragenlijsten.

In dergelijke studies vragen wetenschappers proefpersonen om informatie te verschaffen door op een schaal van 1 tot 7 hun antwoord aan te duiden op vragen als “Over het algemeen genomen, hoe tevreden bent u met uw leven?” of aan te geven in hoeverre ze het eens zijn met statements als “Over het algemeen beschouw ik mezelf als een gelukkig persoon”.

En dan blijkt: we scoren nu niet significant hoger dan dat we decennia terug deden.

We zijn niet tevredener geworden met ons leven.

Ondanks verbeterde objectieve toestanden is ons subjectief welbevinden er niet op vooruit gegaan.

Wat zegt dat?

Het ‘meten’ van ‘geluk’

In de bekende boekenserie The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy wordt het idee dat complexe zaken te vangen zijn in één nummer op geestige wijze de hak genomen. Gevraagd naar de betekenis van het leven heeft de supercomputer Deep Thought na 7,5 miljoen jaar nadenken hét antwoord.

Zijn oplossing: 42.

Dat slaat natuurlijk nergens op. Eveneens is het twijfelachtig of we, gevraagd naar ons geluk, alle relevante informatie op een hoop kunnen gooien en kunnen synthetiseren in een ééncijferige beoordeling.

In zijn gedicht Character of the Happy Warrior maakt de Engelsman William Wordsworth (1770 – 1850) dit punt door het innerlijke leven van een gelukkige soldaat te schetsen. Hij concludeert dat de gelukkige krijger vaak allerminst in een plezante subjectieve mentale toestand zal verkeren, maar gelukkig is als en omdat hij leeft in overeenstemming met zijn persoonlijke waarden.

Hoe is dat af te wegen tegen de meer hedonistische aspecten van ons leven? Kan dat überhaupt?

Als iemand mij vraagt of ik gelukkig ben, denk ik niet dat een ééndimensionale numerieke inschatting van mij daarover heel veel zegt.

Me forceren mijn evaluatie van mijn huidige leven in één cijfer te proppen zou zó kunstmatig zijn, dat het nummer dat er uitrolt nauwelijks betekenis meer heeft.

Uitkomsten van zulke schriftelijke onderzoeker-proefpersoon-interacties zeggen dan ook eerder iets over ons humeur op het moment dat we vragenlijst invullen en over het effect van precieze formuleringen en andere irrelevante factoren op ons cognitief apparaat dan over ons geluk, blijkt uit ander onderzoek.

Nepgeluk?

Dat ééncijferige zelfrapportages over een subjectieve mentale toestand als indicatie van geluk de boel bezwaarlijk versimpelen, wil echter niet zeggen dat gevoel helemaal geen rol speelt.

‘Geluk’ nog uitsluitend meten met behulp van objectieve factoren is niettemin iets wat steeds vaker wordt voorgesteld. Zo zegt de Belgische psychoanalyticus Paul Verhaeghe (1955):

“Of we werkelijk gelukkig zijn, kan alleen degelijk sociologisch onderzoek naar psychosociale gezondheidsindicatoren, zoals het aantal suïcides en het gebruik van psychofarmaca uitwijzen.”

Malouf – die man van dat citaat aan het begin van het artikel – onderscheidt het “gelukkige leven” van het “goede leven”: subjectieve mentale toestanden zeggen misschien iets over ons geluk maar dat is iets anders dan daadwerkelijk een goed leven leiden.

Zulke benaderingen van ‘geluk’ slaan volgens mij te ver door: we moeten de baby niet met het badwater weggooien.

‘Gevoel’ is niet hetzelfde als hedonisme

Ik ben het niet eens met theoretici die de gevoelscomponent onderscheiden van “werkelijk geluk” of afscheiden van het “goede leven”.

Wat zij wel goed in de smiezen hebben is dat we de subjectieve kant van geluk niet moeten reduceren tot ons fijn voelen of het ervaren van behaaglijke emoties, tot onnozel genotzucht.

Geluksonderzoek werkt dat soms in de hand en dat geeft een vertekenend beeld van het menselijke gevoelsleven.

Een gelukkig leven en innerlijke gevoelens hebben een zeer ingewikkelde relatie en hun verband achterhalen is misschien wel de grootste uitdaging van het leven. Zet deze diep persoonlijke bespiegeling over gevoel uit de Notebooks de Engelse filosoof Samuel Butler (1835 – 1902) naast de plezier-versimpelingen en je ziet wat ik bedoel:

“One can bring no greater reproach against a man than to say that he does not set sufficient value upon pleasure, and there is no greater sign of a fool than the thinking that he can tell at once and easily what it is that pleases him. To know this is not easy, and how to extend our knowledge of it is the highest and the most neglected of all arts and branches of education.”

Waarde hechten aan gevoel is geen teken van simpel hedonisme. De gevoelscomponent in persoonlijk geluk is veel complexer en dat moeten we niet uit het oog verliezen door haar af te zonderen van “werkelijk geluk” of van “het goede leven”.

Levensintelligentie

Wat betekent het dat we ondanks materiele vooruitgang niet gelukkiger zijn geworden?

Het betekent dat wij onze materiële omstandigheden anders ervaren dan eerdere generaties, waardoor een hogere welvaartsstandaard niet automatisch meer geluk betekent.

Dat betekent niet dat we verwend zijn. Het menselijk brein is simpelweg niet geëvolueerd om huidige omstandigheden te vergelijken met condities die ze nooit heeft ervaren.

Groei gebeurt binnen een leven en niet tussen levens.

Daarom onthult de stagnatie in geluk dat we geluksvaardigheden ten onrechte zien als een strikt individuele kunst – als een skill die je op eigen houtje moet zien uit te vogelen.

We hebben geschiedenisboeken zodat onze kinderen later niet zijn aangewezen op anekdotes rond het kampvuur om te weten hoe de wereld er vroeger uitzag. We laten wetenschappers niet van start af aan beginnen, maar ze voortbouwen op reeds verzamelde kennis. Zo zei Isaac Newton (1643 – 1727):

“If I have seen further it is by standing on the shoulders of giants.”

Het is tijd dat we kennis over gelukkig worden ook op die manier gaan behandelen.

Het gebrek aan groei in geluk wijst erop dat het gebruikelijk is om iedereen die het spel des levens speelt wél alles zelf te laten uitzoeken – iedereen start vanaf nul, niemand profiteert van de opgebouwde knowhow van mensen die het spel al gespeeld hebben.

Misschien zouden we in deze tijd waarin depressie volksziekte nummer één meer gebaat zijn bij een andere instelling.

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.

Spread the love