Van Socrates tot Nietzsche: Filosofen over de zin(loosheid) van het leven

Vragen stellen is leuk. En nuttig.

Vaak dan.

Over het stellen van vragen kan je ook vragen stellen – niet alle vragen zijn zinvol.

Wat betekent het, bijvoorbeeld, om te vragen naar de betekenis van het leven? Is die vraag überhaupt beantwoordbaar? Hoe zou je ooit kunnen achterhalen wat het punt van alles is?

Die raadsels leveren geen inzicht op en maken ons somber.

De kwestie van de betekenis des levens is een illusoir probleem. Neppuzzels hebben alleen maar nepantwoorden.

Wittgenstein gebiedt

Een complete beschrijving van de wereld zou ondanks haar compleetheid de dingen die we echt willen weten niet onthullen. De beschrijving zou slechts feiten uitdrukken. En die feiten hebben op zichzelf geen waarde, noch ethische of esthetische inhoud. Alles waar we om geven, alles wat de feiten betekenis kan geven zou geen deel uitmaken van de complete beschrijving van de wereld. Niettemin is zo’n complete beschrijving het maximale wat we kunnen bereiken met de menselijke taal. Over de belangrijke zaken des levens kunnen we het dus niet hebben. En waarover we niet kunnen spreken, daarover moeten we zwijgen.

Dat, althans, was de vroege visie van de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889 – 1951). Volgens hem vergissen we ons als we denken dat we kunnen uitdrukken wat goed of slecht, mooi of lelijk, betekenisvol of zinloos is.

We kunnen niks zeggen over de betekenis van het leven, dus we kunnen er beter niet naar vragen. Het enige wat het stellen van die vragen doet, is ons confronteren met onze eigen onbekwaamheid.

Socrates bevraagt

Schrijver Tim Ferriss (1977) observeert in The 4 Hour Work Week:

“There is pressure from pseudo-philosophers everywhere to answer the eternal.”

Ironisch genoeg is de filosoof die ons leerde dat vragen over “the eternal” onbeantwoordbaar zijn ook degene het meeste druk uitoefende om ze te beantwoorden. Dat was Socrates (469 vC – 399 vC).

Socrates zocht heel fanatiek naar definities van ethische concepten zoals ‘rechtvaardigheid’. Iets weten over rechtvaardigheid was volgens hem onmogelijk voordat je kon articuleren wat iets nou precies rechtvaardig maakt.

Hij wilde weten wat de essentiële kern van zulke termen was, was niet tevreden met beschrijvingen van eigenschappen waaraan we rechtvaardig gedrag kunnen herkennen maar wilde weten waarom voorgestelde eigenschappen voorbeelden van rechtvaardigheid zijn.

Al rondlopend op het Atheense marktplein ontdekte hij dat niemand in staat was om (voor hem) bevredigende definities te geven van de dingen die er echt toe doen. Niemand weet wat ‘rechtvaardigheid’, ‘goedheid’, ‘slechtheid’, ‘schoonheid’, ‘waardevolheid’, et cetera, echt is.

Naast dat we niks kunnen zeggen over de belangrijke zaken des leven, weten we er ook niks van af. Het stellen van die vragen confronteert ons met onze onbekwaamheid en onwetendheid.

Of lijkt dat maar zo?

Nietzsche antwoordt

Volgens Socrates is het bezitten van strikte definities een noodzakelijke voorwaarde voor het hebben van kennis over de begrippen die je gebruikt.

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) was het hier niet mee eens. Over Socrates schreef hij in The Birth of Tragedy:

“Perhaps he should have asked himself: what is not intelligible to me is not necessarily unintelligent? Perhaps there is a realm of wisdom from which the logician is exiled?”

We kunnen dingen weten zonder dat we in staat zijn om de termen waarin we deze kennis uitdrukken te definiëren volgens de eisen van Socrates.

Dat we niet één twee drie kunnen zeggen wat de betekenis van het leven wil niet zeggen dat die betekenis er niet is.

Er is geen reden om te twijfelen aan het leven.

Taleb denkt door

“I  am 100% convinced that most big questions we feel compelled to face – handed down through centuries of overthinking and mistranslation – use terms so undefined as to make attempting to answer them a complete waste of time.”     —Opnieuw Tim Ferriss in The 4 Hour Work Week

Van Nietzsche leren we dat een taalprobleem bij praten over een domein niet betekent dat het onmogelijk is om kennis te hebben over het domein in kwestie.

Of we die kennis al dan niet bezitten, liet hij in het midden. De Lebanese filosoof Nassim Taleb (1960) doet dat niet.

Volgens hem is ons onvermogen om kennis over zaken als de betekenis van het leven onder woorden te brengen irrelevant, omdat het buiten kijf dat mensen kennis bezitten over zulke zaken.

Ondanks dat hij net zoals Wittgenstein diagnosticeert dat “almost anything around us of significance is hard to grasp linguistically,” beweert hij in zijn boek Antifragile dat

“There are many things without words, matters that we know and can act on but cannot describe directly, cannot capture in human language or within the narrow human concepts that are available.”

Dat de vragen onbeantwoordbaar zijn ligt aan de vragen en niet aan ons.

Ferriss bevrijdt

Vragen zoals die naar de betekenis van het leven zijn waarschijnlijk onbeantwoordbaar. We kunnen ze beter niet gaan proberen te antwoorden, instrueert Wittgenstein.

Toch wil dat niet zeggen dat we onbekwaam of onwetend zijn.

We kunnen onbeantwoordbare vragen zoals die naar de betekenis van het leven en het punt van alles dus glimlachend links laten liggen.

Dat betekent niet dat je dom of oppervlakkig bent. Het betekent dat je strategisch handelt en je energie zo besteedt dat je het meeste verschil kan maken voor jezelf en anderen.

Dat is niet deprimerend, maar bevrijdend.

“[Confusion about life ceases to be a problem] once you realize that life is neither a problem to be solved nor a game to be won. If you are too intend on making the pieces of a nonexistent puzzle fit, you miss out on all the real fun.”     —Tim Ferriss, 4 Hour Work Week

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.

Spread the love