Een millennial over de problematiek van millennials

“Er zitten zo veel jonge mensen thuis met een burn-out, dat iedereen tussen de 20 en 30 wel iemand kent die er last van heeft”, meldt de Universiteit van Nederland.

Millennials: net de collegebanken uit en al massaal geveld door mentaal euvel.

Hoe kan dat toch?

Ik zie twee mogelijkheden: door goddelijke interventie is het menselijk gen tijdelijk gemuteerd waardoor iedereen die tussen 1985 en 1995 werd geboren gedoemd was op te groeien tot een stressgevoelige hansworst, of er is iets meer dan aan de hand dan dat er iets ‘mis’ is met de ‘slachtoffers’.

Optie twee lijkt mij waarschijnlijker. Als een verschijnsel zich zo prominent op generatie-niveau manifesteert dan is de individuele psychologie die er mee samengaat waarschijnlijk niks meer dan de proximale oorzaak van de symptomen, een gevolg van structurele factoren die de ultieme oorzaak zijn.1 De problemen uiten zich wellicht (ook) op individueel niveau – psychologische stress, fysieke vermoeidheid en existentiële quarterlife crises zijn natuurlijke uiterst persoonlijke aangelegenheden – maar hun bron ligt (gedeeltelijk) in ‘het systeem’.

Voor een verklaring moeten we daarom niet op microniveau speuren naar abnormaliteiten van opgebrande jongvolwassenen maar op macroniveau zoeken naar de culturele wortels van deze bijna-epidemie.

Desalniettemin, zeggen dat het aan het systeem ligt is natuurlijk nogal makkelijk. Een zinnig idee over de oorsprong van de worstelingen van mijn generatie moet daarom uiteenzetten waarom onze samenleving zodanig is dat ze psychologische problemen in de hand werkt bij hen die de stap naar culturele volwassenheid aan het zetten zijn. Wat is er heden ten dage anders aan onze maatschappij waardoor ze zulke problemen teweegbrengt bij haar leden in die specifieke levensfase?

Zet je schrap, dan gaan we erover nadenken.

Factor 1: Misplaatste eigen verantwoordelijkheid

Alles ligt zogenaamd open voor millennials en ze hebben zogezegd meer mogelijkheden dan elke voorgaande generatie.

Als je dan nog geen geslaagd leven weet te fixen, dan doe je echt iets verkeerd.

Voor millennials is een menselijk bestaan maar net wat je ervan maakt: levens zijn geplande projecten, onder eigen controle en eigen verantwoordelijkheid.

Zo’n levensvisie hebben ze omdat ze de meritocratische ideologie hebben geïnternaliseerd.

“Meritocratie (vrij vertaald: geregeerd door degenen die het verdienen) is een maatschappijmodel waarin de sociaaleconomische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten (merites)”     –Wikipedia

In een ideale meritocratie is ieders maatschappelijke rang gebaseerd op zijn of haar prestatie. Je verdient credit als je succesvol bent en als je het niet maakt is dat niet omdat je pech had maar omdat je een loser bent.

Omdat we meer dan ooit in de veronderstelling verkeren dat we in een meritocratie leven, hebben we meer hoop dan ooit over wat we kunnen bereiken in ons leven. Als je goed je best doet, kan je komen waar je wil komen.

Dit beeld klopt niet.

Meritocratie is een onmogelijke droom: het idee dat we een maatschappij kunnen maken waarin iedereens positie exact gelijk is aan zijn/haar verdienstelijkheid is een illusie.

Het is onmogelijk omdat er te veel willekeurige invloeden zijn. De Franse econoom Thomas Piketty (1971) toonde in zijn populaire boek Kapitaal onlangs nog aan dat ‘slagen in het leven’ (het ‘goed’ doen in de samenleving) in grote mate afhankelijk is van je maatschappelijke ‘startpositie’.

Het leven is niet eerlijk: welvaart is geen kwestie van zuiver doorzettingsvermogen.

Maar zo voelt het wel voor millennials: het heersende discours is dat je moet slagen ten koste van alles én dat falen geheel je eigen schuld is. In Statusangst legt filosoof Alain de Botton (1969) uit dat dit (niet heel verwonderlijk) leidt tot stress: als een gebrek aan succes niet alleen jammer is maar ook een teken van persoonlijke mislukking, moet er continu gepresteerd worden om sociaal respect waard te zijn.

Omdat millennials met die boodschap zijn grootgebracht, zijn ze zo individualistisch.2

Als een generatie ten onrechte het idee heeft dat de onvermijdelijke setbacks des levens het gevolg zijn van persoonlijk onvermogen is het niet verwonderlijk dat deze generatie gebukt gaat onder geestelijke problemen.

En dit is pas het begin van de ellende.

Factor 2: Een onduidelijke standaard

Het leven is wat je ervan maakt, maar wat moet je er eigenlijk van maken?

Voor het eerst in de geschiedenis staat de mens zelf in het middelpunt van haar existentie: waar samenlevingen in het verleden zonder uitzondering iets hogers aanbaden dat centraal stond in het bestaan, het menselijk leven oversteeg en er richting aangaf, is de cultuur waarin millennials groot worden er een waarin zij zelf deze rol vervullen.

Dat millennials niet meer gebonden zijn aan zulke regels – vrijer zijn – is slechts een gedeeltelijke overwinning, maakt filosoof Carl Elliot (1961) duidelijk in zijn boek Better Than Well:

“It is reassuring to discover that the rules that govern life in the adult world are not as iron-cast and inflexible as they appear to be. But the discovery can also be profoundly discomforting. With no bedrock of certainty about what counts as a successful life, any choice to live a life may come to seem arbitrary. No framework of meaning looks absolutely secure, because any framework is subject to challenge. The result is often uncertainty or a sense of imbalance, because not only don’t you know what kind of life to live, you don’t know what, if anything, can give you certainty.”

In afwezigheid van iets ‘hogers’ dat bepaalt hoe je leven in te delen, moet alles leuk zijn tegenwoordig: dan was het tenminste nog ergens goed voor.

We móéten tegenwoordig gelukkig zijn. Zo rept psychoanalyticus Paul Verhaeghe (1955) in Identiteit over genieten als verplichting. We leven in een tijdsgewricht waarin je wordt verwacht tevreden te zijn met je leven en je niet hoort toe te geven dat je ongelukkig bent. (Immers, dan heb je gefaald.)

In het verlengde daarvan het 21e-eeuwse criterium voor een geslaagd leven ‘zelf-vervulling’. Om erachter te komen hoe je moet leven dien je je blik inwaarts te richten, want er is geen universeel richtsnoer meer: zelf-vervulling is dé graadmeter voor succes. Zo’n subjectieve maatstaf voor een geslaagd leven is radicaal anders dan traditionele standaarden voor een geslaagd leven, normen volgens welke je leven een succes is als je bijvoorbeeld doet wat God verlangt, je plicht vervult of je familie-eer in waarde houdt.

Eén ding is zeker: een beetje vervuld kan niet. Alleen het beste volstaat.

Factor 3: Maximalisatie

Je leeft goed als je ‘vervuld’ bent en zelf-vervulling is een alles of niets kwestie.

Het leven is voor de millennial als een menukaart van een goed restaurant dat ook een prima wienerschnitzel serveert maar waarvan iedereen weet dat je eigenlijk een beetje een loser bent als je die bestelt.

Iets wel prima vinden zit er voor de millennial niet in. Gij zult gelukkig zijn en van ‘wel prima’ word je niet gelukkig.

Materieel gaat het ons allicht voor de wind, maar blijer zijn we er niet door geworden. Voor een groot deel komt dat omdat we ons tegenwoordig via (sociale) media en internet met iedereen ter wereld kunnen vergelijken en daardoor alleen het allerbeste goed genoeg is. Blogger Charles Chu geeft een goede illustratie van het psychologische effect hiervan:

“A  Japanese rice farmer in the 16th century could look to his neighbors, who owned similar amounts of land, lived in similar straw-thatched huts and he could, perhaps, be content. But today, a Balinese rice farmer wakes up to the roar of an airplane carrying fat, sweaty humans from the richest corners of the world. On the screen of his smart device, he learns each day that, in farway lands, there exist persons that earn in a single day what he struggles to produce in an entire year. How can he possibly be content?”

We willen tegenwoordig koste wat het kost voorkomen dat we de boot missen, hoe die ook vaart.

Hierdoor betwijfelen we voortdurend de wijsheid van reeds gemaakte beslissingen. Je hebt de wienerschnitzel links laten liggen, en hoewel je de quinoasalade niet onsmakelijk vindt lijken ze bij de tafel tegenover jou wel héél erg te genieten van de vegetarische burger. Foutje?

Het meest typerende aan de quarterlife crisis is het knagende gevoel meer uit het leven te kunnen halen: als de sky the limit is, is het nooit genoeg.

Conclusie

Laten we de balans opmaken.

Hoe is onze tijd anders dan voorheen waardoor er zoveel bijna-volwassenen met psychologische problemen kampen?

Er zijn op zijn minst deze drie relevante aspecten.

Door de meritocratische illusie leven we in een tijd waarin zij die volwassen aan het worden zijn het gevoel hebben dat een succesvol leven voor honderd procent binnen handbereik ligt, terwijl dit niet klopt. Dat geeft stress.

We leven voor het eerst in een tijd waarin zij die volwassen aan het worden zijn pas als succesvol gezien worden als ze een zekere subjectieve mentale toestand (niet iets objectiefs) hebben weten te bereiken: die van geluk en vervulling. Er is geen externe richtlijn meer voor een geslaagd leven. Dat geeft stress.

We leven voor het eerst in een tijd waarin zij die volwassen aan het worden zijn zich met iedereen ter wereld kunnen meten en daardoor voortdurend in de verleiding worden gebracht om de juistheid van hun keuzes te betwijfelen. Dat geeft stress.

De vele burn-outs en hoge prevalentie van vergelijkbare kwalen met psychologische oorsprong zijn geen ziektes van individuen maar ziektes van de maatschappij. Het zijn ‘first world problems’, jazeker, maar het zijn échte problemen van de Westerse cultuur en niet nepproblemen veroorzaakt door de aanstellerij van verwende Westerlingen.

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.


Voetnoten

  1. Wikipedia: “A proximate cause is an event which is closest to, or immediately responsible for causing, some observed result. This exists in contrast to a higher-level ultimate cause (or distal cause) which is usually thought of as the ‘real’ reason something occurred.
  2. Dat millennials gemiddeld gezien individualistischer zijn opgevoed en ingesteld dan voorgaande generaties zullen weinigen ontkennen. Toch dient ook deze observatie in context geplaatst te worden. Zijn millennials hierin een trendbreuk of eerder een te verwachten volgende stap? The Atlantic schrijft: “Individualism had been increasing since the Baby Boomers turned on, tuned in, and dropped out.”
Spread the love