Talent is overschat (en wat succes dan wel verklaard)

Stel: Marloes en Annelies spelen allebei tennis. Beide meisjes begonnen toen ze zeven waren, beiden trainen vier uur per week bij dezelfde coach en ze beschikken over vergelijkbaar materiaal. Toch wint Marloes altijd van Annelies. Hoe kan dat?

Zegt de trainer: Marloes heeft “meer aanleg” of “is getalenteerder”.

Dat vind ik een rukverklaring. Er zijn honderden mogelijke oorzaken voor Marloes’ succes. Motivatie. Zelfvertrouwen. Spierkracht. Uithoudingsvermogen. Slagtechniek. Strategie. We weten niet wat succes veroorzaakt dus we halen onze schouders op en gooien het op “talent”.

Talent is de ultieme dooddoener. Talent = “Ik weet het niet”.

Wat is talent?

Laten we samen nadenken over het idee van talent. Waar staat het voor?

Een eerste poging: getalenteerde mensen pikken een bepaalde vaardigheid sneller op. Getalenteerde tennissers hebben minder instructie en minder tijd – kortom, minder werk – nodig om die cross-court forehand topspin onder de knie te krijgen. Hun leercurve is steiler.

Zit hier wat in?

De 10.000 uur regel…

In zijn boek Outliers oppert schrijver Malcolm Gladwell de 10.000 uur regel om te verklaren waarom sommigen onder ons zo succesvol zijn. Neuropsycholoog Daniel Levitin legt uit:

“The  emerging  picture  from  studies  is that  ten thousand  hours  of practice is required  to achieve the level of mastery associated with being a world-class  expert—in anything. In study after study, of composers, basketball players, fiction writers,  ice skaters,  concert pianists,  chess players,  master  criminals, and  what  have you,  this  number  comes up again and again.”

Om de wereldtop te bereiken in een vakgebied moet je je uren maken, en that’s it.

Dat succes hard werk vereist klinkt plausibel. En er is nog een rol voor talent, want er zijn ongetwijfeld strijders die in minder tijd de wereldtop bereiken of pechvogels die ondanks tienduizend uur oefenen dit niveau niet halen.

Toch? Niet dus.

Gladwell schrijft:

“The  striking  thing  is  that  [these studies don’t]  find  any  “naturals”,[people] who floated  effortlessly to the top while practicing a fraction of the  time their peers  did.  Nor [do] they  find  any “grinds”, people who worked harder than everyone else, yet just didn’t have what it takes to break the top ranks.”

Talent bestaat niet: hard werk is alles.

…Die niet klopt

De 10.000 uur regel is de laatste jaren onder vuur komen liggen.1 Het lijkt erop dat Gladwell en anderen de data van de studies waar ze naar verwijzen verkeerd hebben geïnterpreteerd, aldus verantwoordelijke onderzoeker Anders Ericsson in zijn boek Peak: Secrets From the New Science of Expertise.

Hij verduidelijkt dat tienduizend uur training slechts een gemiddelde is. Het is dus, in tegenstelling tot wat Gladwell impliceerde, niet zo dat iedereen die de top haalt tienduizend uur achter de kiezen heeft.

Daarnaast wijst Ericsson op een van de belangrijkste regels van de sociale wetenschappen. In jargon: correlatie is niet causatie. Dat betekent: als twee dingen samengaan – zoals tienduizend uur aan training en het bereiken van een bepaald niveau – betekent dat nog niet dat het ene de oorzaak is van het andere: we weten dat wereldklasse-presteerders gemiddeld tienduizend uur van hun leven geïnvesteerd hebben, maar we weten niet of ze dit niveau bereikt hebben vanwege die tienduizend uur training.

Als Gladwell’s weergave van de onderzoeken onjuist was, hoe moeten we ze dan wel duiden?

1) Wat je doet is relevant

Ten eerste: dat tienduizend uur oefening een gemiddelde is en niet een noodzakelijke noch een voldoende voorwaarde voor het bereiken van wereldklasse betekent dat er personen zijn die er ondanks tienduizend uur oefening nooit zullen komen en dat er individuen zijn die de top bereiken met minder dan tienduizend uur ervaring.

Hoe kan dat? Is dat verschil dan een kwestie van … talent? Als we talent zien als het hebben van een steile leercurve ligt die gedachte voor de hand. Als we talent zo zien, is dat immers precies wat het is om getalenteerd te zijn in iets – dat je minder werk nodig hebt om daarin goed te worden en per geïnvesteerd uur meer vooruitgang boekt dan je collega’s met minder aanleg.

Aannemelijk, maar onjuist. Talent speelt nauwelijks een rol in je vooruitgang-per-uur, betoogt psycholoog Brad Stulberg in zijn boek Peak Performance. Of mensen meer of minder dan tienduizend uur nodig hebben voor het bereiken van wereldklasse ligt volgens de wetenschap niet aan een natuurlijke gave maar aan de manier waarop ze trainen – aan wat ze eigenlijk doen in die tienduizend uur.

Ericsson weer:

“Gladwell didn’t distinguish between the type of practice that the [world-class performers] in our study did – a very specific sort of practice referred to as ‘deliberate practice’ which involves constantly pushing oneself beyond one’s comfort zone, following training activities designed by an expert to develop specific abilities, and using feedback to identify weaknesses and work on them.”

Goed nieuws: het ligt nog in onze controle: we moeten niet alleen veel oefenen maar ook goed oefenen en dan kunnen we ver komen – talent of geen talent.

Hoe ver?

2) Je kan best wel erg ver komen

De tweede lering die we moeten trekken uit de studies die (onbedoeld) de tienduizend-uur-regel inspireerden is dat je met weinig aanleg nog steeds heel goed maar niet de allerbeste kan worden.

We begonnen met de gedachte dat talent de hellingshoek van je voortgangsgrafiek beïnvloedt: als je ergens aanleg voor hebt, heb je minder tijd nodig om ergens goed in te worden. Hier zit misschien wat in, maar zo’n predispositie lijkt een kleine rol te spelen in de progressie die je boekt per geïnvesteerd uur lijkt klein vergeleken met de invloed van wat je precies doet in dat geïnvesteerde uur.

Dat ligt dus nog binnen onze eigen controle. Is er dan helemaal geen rol voor talent?

Jawel: niet álles ligt binnen onze controle. Talent is niet zozeer de steilheid van je leercurve, maar waar je plafond ligt.

Als je ergens geen aanleg voor hebt, bereik je waarschijnlijk nooit de top van de top in die vaardigheid. Daarvoor heb je iets aangeborens nodig.

Wereldkampioen worden

Deze NRC-reportage van wielrenner en wereldkampioen tijdrijden Tom Dumoulin geeft goed weer hoe dat werkt. Dat hij zo’n uitzonderlijke atleet is komt gedeeltelijk door kenmerken die niet te trainen zijn.

Zo zegt Tom Davids, bij Dumoulins ploeg verantwoordelijk voor aerodynamicametingen dat “de houding die Tom [kan aannemen op de fiets] voor de meeste renners fysiek onmogelijk [is]”. Teamarts Anko Boelens vertelt iets vergelijkbaars: “Tom heeft een uitzonderlijke hart- en longfunctie. Dat valt voor een gedeelte te trainen, maar voor het overgrote deel is dat aangeboren.”

Wat dit betekent voor jou en mij

In Antifragile vat filosoof Nassim Taleb de algemene les samen:

“Hard work will get you a professorship or a BMW. You need both work and luck for a Nobel or a private jet.”

Goed nieuws: talent heb je alleen nodig om de allerhoogste tree te kunnen beklimmen. De rest ligt binnen handbereik.

De takeaways:

  • De top – laten we zeggen de beste 5% in een bepaald domein – van bijna alles kan je bereiken zonder aangeboren talent: dat komt pas om de hoek kijken bij de top van de top – laten we zeggen de beste 1%.
  • Bij de 99% die overblijft speelt talent een kleine rol. Gebrek aan talent is een slecht excuus. Talent heb je alleen nodig om een Ronaldo te worden en als je alleen maar voetbalt omdat je Ronaldo wilt worden kan je waarschijnlijk beter een andere hobby (link hobby werk) zoeken. Aanleg is een reden waarom Bram Tankink nooit wereldkampioen zal worden maar verklaart geenszins waarom Annelies niet in staat is om Marloes te verslaan.2
  • Je hebt in veel vaardigheden de potentie er heel goed in te worden. Hoe veel je verbetert ligt voor het overgrote deel aan jezelf, niet aan iets aangeborens wat buiten je invloed ligt.
  • Wat je doet en hoe je traint is belangrijker dan het aantal uur dat je maakt. Er zijn manieren om je opbrengst per geïnvesteerd uur te maximaliseren en dát is wat ‘high performers’ onderscheidt van de rest – niet talent.
  • Het is oneerlijk om de prestatie van mensen grotendeels toe te schrijven aan een aangeboren gave waar ze niks voor hebben hoeven doen: wereldtoppers blinken niet uit omdat ze zo veel mazzel hebben, maar omdat ze hard en goed gewerkt hebben.3Hun aanleg gaf ze een mogelijkheid, maar het verzilveren van die kans kostte liters bloed, zweet en trainen. Zo omschrijft coach Adriaan Helmantel Dumoulin als een “waar trainingsbeest”.

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.


Voetnoten

  1. Zie bijvoorbeeld dit stuk en dit stuk.
  2. Immers, Tankink is een vaste kracht bij een van de beste wielrenploegen ter wereld. Oftewel, hij zit bij de beste 5% van zijn prestatiedomein. Maar om wereldkampioen te worden, om de stap naar de beste 1% te maken, heeft hij niet genoeg aanleg, zo lijkt het.
  3. Dit was Gladwell’s beoogde punt van de 10.000 uur regel, zo verduidelijkte hij na het ontstaan van alle controverse. In een AskMeAnything sessie op de site Reddit schrijft hij: “Practice isn’t a SUFFICIENT condition for success. I could play chess for 100 years and I’ll never be a grandmaster. The point is simply that natural ability requires a huge investment of time in order to be made manifest. Unfortunately, sometimes complex ideas get oversimplified in translation.”
Spread the love