Waarom je moet stoppen met toegeven: Het verschil tussen willen en willen

Er wonen stemmetjes in mijn hoofd.

Ik wil je graag aan twee daarvan voorstellen.

Ten eerste, ontmoet ‘Van Doorn’ — vernoemd naar de Brabantse familie van mijn vader. De Van Doorns zijn easy-going en houden er niet zo van om het leven zwaarder of ingewikkelder te maken dan het al is.

Ten tweede, ontmoet ‘Klaver’. Vernoemd naar mijn moeders familie (uit Flevoland). Bij mijn moeders familie staat hard werken hoog in het vaandel. Op familiedagen word ik als filosoof gegrilld over mijn beroepskansen en aanstaande salaris.

Er is één probleempje: Klaver wil Van Doorn het huis uit. Er is voortdurende ruzie in mijn hoofd.

De bron van hun conflict: waar Van Doorn iets leuks wil doen, wil Klaver iets serieus doen.

Een oneerlijk gevecht

Veel mensen hebben hun Van Doorn al de deur gewezen.

Het recht om vermaaksites te blokkeren in werktijd is vanzelfsprekend, maar het recht om e-mail te mogen blokkeren in vrije tijd moet wettelijk worden afgedwongen. Als iets vanuit de werktijd overvloeit naar onze privésfeer en daar een negatieve invloed uitoefent dan is dat vaak jammer voor de privésfeer maar als iets vanuit de privésfeer een negatieve invloed uitoefent op de werktijd  dan wordt het meteen aangepakt. Met een kater in de vergadering zitten kan niet maar je avond in de kroeg laten verpesten door een hoofdpijndossier is een geaccepteerd beroepsrisico.

Willen versus toegeven

Laten we voordat je morgen in een daad van rebellie brak op je werk verschijnt eens onderzoeken hoe dit precies in elkaar zit.

We doen het namelijk allemaal zelf. De wettelijke toestemming om na werktijd geen e-mail meer te hoeven kijken is in de eerste plaats toestemming tegen onszelf, en niet tegen onze bazen.

We hebben een afkeer ontwikkeld voor onze hedonistische verlangens. De maatschappelijke voorkeur voor serieuze dingen is geïnternaliseerd — Van Doorn is niet meer welkom, is gedegradeerd tot onwelkome gast, tot indringer.

Dit gaat ongeveer zo: wat we “echt” willen staat buiten kijf: dat is het ‘goede’ doen en serieus bezig zijn. Aan dat andere stemmetje dat, bijvoorbeeld, kattenfilmpjes wil kijken, wil gamen of verder wil lezen in dat ene boek geef je toe. Je bent hierin passief: het ‘overwint’ je. Iemand, die niet echt jou is, is binnengedrongen.

Althans, dat proberen we onszelf wijs te maken.

Wat wil je?

Dit realiseerde ik me toen een vriend laatst zei: “Soms wíl je gewoon hersenloze afleiding”. Waarom is het zo bijzonder om te zeggen dat je dat soms wil, wat was zijn punt? Zijn punt was dat we vaak net doen alsof we dat soort dingen niet echt ‘willen’ maar toch doen omdat we overmeesterd worden door de indringer in ons huis.

Hoe kan je überhaupt weten wat je ‘echt’ wil? Klaver zou inbrengen dat je de beslissing om te gaan werken aan dit project in een rationele bui hebt genomen en daarom beter weerspiegeld wat je echt wil dan wat je denkt te willen op dit vluchtige moment nu je er even geen zin meer in hebt.

Maar is dat wel zo? Juist tijdens het nemen van zulke ‘rationele’ beslissingen zijn we ons misschien meer bewust van sociale normen, terwijl op momenten dat je er even doorheen zit misschien meer van je verlangen ‘uit jezelf’ komt.

Ik was het niet

Misschien is het geen kwestie van wat ik ‘echt wil’, maar gewoon aangeleerde manier van denken over dit soort dingen.

Mijn vriend bedoelde natuurlijk: Van Doorn is meer dan alleen een indringer aan wie je al dan niet toegeeft, maar is een onderdeel van je wil. Geen onwelkome gast maar iemand die ook in je huis woont.

‘Toegeven’ impliceert iets van zwakte. En inderdaad, hard werken is best wel een ding in onze cultuur. Kattenfilmpjes kijken telt niet als hard werken. Dus als je aan het werk was maar daarmee even stopt om kattenfilmpjes te kijken, zeggen we dat we zijn gezwicht voor die verdomde indringer die eigenlijk niet bij ons woont. We hadden “een moment van zwakte”.

Allemaal om over te brengen dat het werk gedaan krijgen toch wel is wat we écht willen. Door te zeggen dat we aan iets hebben toegegeven, creëren we een gat tussen ‘ik’ en ‘hetgeen’ waar ik aan heb toegegeven. Dan is het alleen een teken van ‘zwakte’ en niet van ‘verkeerde’ prioriteiten.

En dat is veel minder erg.

Ook naar onszelf toe.

We willen overbrengen dat Van Doorn niet bij ons woont. Hiermee redden we misschien ons gezicht – voor wat dat waard is – maar we worden er wel ongelukkig van.

Goede prioriteiten?

Als je je Van Doorn buiten de deur zet hou je jezelf voor de gek.

Waarom is werken beter dan kattenfilmpjes kijken? Oké, deze discussie is misschien nog een brug te ver. Maar ga eens bij jezelf na: wat is het doel van werken?

Zodra dit doel niet (meer) duidelijk is, is het niet de hedonist die verkeerde prioriteiten heeft. We werken nu vaak om het werken zelf en dat is waanzin.1

Ik hoorde laatste de volgende songtekst:

“But I’m weak, and what’s wrong with that? Boy, oh boy I love it when I fall for that.”     —Uit het nummer Weak van de Amerikaanse band AJR

Of in het Nederlands: Eigenlijk vinden we het heel leuk om hedonistische dingen te doen. En wat is daar eigenlijk mis mee?

Is dat leuk vinden niet iets wat we serieus moeten nemen?

De volgende keer dat je jezelf ziet als zwakkeling, bedenk dat de Van Doorn een gelijkwaardig deel van je is. Zijn verlangens zijn niet minder ‘goed’ dan die van Klaver. Heb het niet over toegeven, maar over willen.

Dat heeft mij heel erg geholpen in ieder geval.

 

PS. Krijg een beter leven

Ik schrijf een wekelijkse nieuwsbrief waarin ik inzichten van de beste filosoof-lifehackers uitpluis en doorgrond hoe jij hun dieprgravende analyses, effectieve strategieën en vernieuwende perspectieven in kan zetten voor je eigen welvaren.

 


Voetnoten

  1. Zie hierover deze leuke TEDtalk van filosoof Alain de Botton.
Spread the love